Een cozy, hip koffietentje is een plek waar ik me graag even terugtrek. Niet omdat ik van koffie hou. Wel omdat ze vaak een fantastisch assortiment aan (huisgemaakte) taartjes hebben. Jong en oud zit daar hip te zijn met een laptop en een latte. Jong, oud en ik. Ik lees een boek of ik probeer een verhaal te tikken op mijn laptop. Af en toe raak ik dan voor even in gesprek met iemand en soms blijft zo’n korte ontmoeting me bij.
Een tijdje terug zat ik in zo’n knus, hip cafeetje te werken. Ik zag hem binnenkomen. Hij zag er gelukkig uit. Lachte breeduit tegen niemand in het bijzonder en tegelijkertijd tegen iedereen. Hij keek om zich heen en nam de omgeving in zich op. Het geluid van de koffiemachine. Net te luid pratende, lachende mensen. Irritant tikkend bestek. Eetgeluiden en eetgeuren. Hij had z’n zinnen gezet op een leeg tafeltje achterin en baande zich met z’n rollator een weg tussen de te dicht op elkaar staande houten tafeltjes. Toen hij dichterbij kwam, zag ik dat zijn knokkels wit waren van het vastklampen aan zijn rollator. Het was een uitdagende onderneming voor hem, maar hij hield vol. In het voorbijgaan stootte hij met zijn rollator tegen mijn tafeltje aan en hij verontschuldigde zich. Met een ontwapenende lach weliswaar. Zo raakten we aan de praat.
Moest ik niet buiten in het najaarszonnetje zitten? Ik legde uit dat het hier rustiger was en het licht buiten niet meewerkte als ik mijn laptop open had staan. Was ik een student? Nee, een docent die probeerde te schrijven. Waar schreef ik over? Dat vond ik moeilijk te verwoorden, want het wilde niet zo met de inspiratie die dag.
Waarom zat hij niet buiten, draaide ik het gesprek. Sinds hij chemo kreeg, kon hij zijn lichaamstemperatuur niet meer zo goed reguleren. BAM! Hoe gaat het met de chemo, vroeg ik en meteen toen ik de woorden uit mijn mond hoorde komen realiseerde ik me hoe dom deze vraag überhaupt klonk. De man stoorde zich er echter niet aan. Ach, zei hij, het heeft niet zo veel veranderd. De kanker is uitgezaaid. De dokter heeft me weg gestuurd en gezegd dat ik maar van het leven moet gaan genieten. Dus dat is wat ik doe, verkondigde hij met een brede lach. “Ik heb een geweldig leven gehad,” zei hij. “En nog steeds heb ik een geweldig leven.” Zijn linkerhand, bezaaid met ouderdomsvlekken, verliet even het handvat van zijn rollator en gaf een klopje op mijn arm.
89 jaar en overduidelijk een minnaar van het leven. BAM! Deze aanmoediging om het leven lief te hebben absorbeerde ik graag!
Die middag at ik twee taartjes, op het leven.

Geef een reactie op keen884f638e493 Reactie annuleren