Goede, warme relaties zijn de belangrijkste voorspeller van een gelukkig, gezond en lang leven. Niet geld. Niet status. Niet IQ. Niet roem. Maar verbinding. BAM!
Aan Harvard University zijn ze al bijna 90 jaar bezig met één vraag: wat maakt mensen gelukkig? Het is het langstlopende onderzoek naar menselijk welzijn ter wereld. Al decennialang volgen onderzoekers dezelfde mensen. Hun levens. Hun liefdes. Hun verliezen. Hun ruzies aan de keukentafel.
Psychiaters Robert Waldinger en Marc Schulz beschrijven de Harvard Study of Adult Development en de bevindingen ervan in hun boek The good life. And how to live it. Lessons from the World’s Longest Study on Happiness.
Tijdens het lezen van The good life maakte ik aantekeningen in de kantlijn. Ik markeerde zinnen en inzichten die me lieten glimlachen. Of slikken. Graag deel ik met jullie enkele pareltjes.
Maar eerst even wat achtergrondinformatie. Het uitgangspunt van de Harvard Study was destijds behoorlijk revolutionair. In plaats van te onderzoeken waarom mensen ziek worden, wilden de onderzoekers juist begrijpen wat mensen laat bloeien –wat ervoor zorgt dat iemand op z’n plek valt in het leven, zeg maar. Bovendien kijkt het onderzoek niet naar geluk op één moment, maar volgt het mensen door hun hele leven heen.
Het langstlopende onderzoek naar geluk ter wereld begon in 1938 met twee totaal verschillende groepen mannen: 1. Harvard-studenten (de ‘elite’) en 2. Jongens uit de arme wijken van Boston. De deelnemers aan het onderzoek werden gevolgd door oorlog, werk, huwelijk, kinderen, echtscheidingen, succes, ziekte en ouderdom. Later werden ook hun partners en kinderen meegenomen in het experiment.
Uit duizenden vragen, metingen en gesprekken komt één opvallend simpele conclusie naar voren: goede relaties houden ons gelukkiger en gezonder. Punt. Mensen met sterke sociale banden leven gezonder, voelen zich gelukkiger en ervaren minder depressieve klachten.
Geluk blijkt geen prijs die je ooit wint, en ook geen bestemming waar je op een dag aankomt. Volgens het Harvard-onderzoek is het eerder een manier van leven: een gevoel van betekenis en verbondenheid dat groeit in de relaties die we met anderen hebben.
Dus wat leer je als je mensen bijna een heel leven volgt? Onder andere dit.
♡ Warme, verbonden relaties beschermen lichaam én geest.
♡ De kwaliteit van je relaties is belangrijker dan het aantal relaties.
♡ Vriendschappen zijn net zo belangrijk voor welzijn als romantische relaties.
♡ Mensen die zich gesteund voelen, gaan beter om met stress en tegenslag.
♡ Gelukkige koppels maken óók ruzie. Het verschil zit ‘m in hoe ze het daarna weer goed maken.
♡ De kwaliteit van je relaties rond middelbare leeftijd voorspelt hoe gezond en gelukkig je later oud wordt –zelfs beter dan je cholesterol.
♡ Het gevoel dat je ertoe doet voor iemand anders blijkt een van de sterkste bronnen van welzijn.
♡ Wie investeert in relaties voelt zich meer verbonden en tevredener.
♡ Eenzaamheid is geen klein ongemak. Het blijkt een serieus gezondheidsrisico.
♡ Relaties vragen onderhoud. Net zoals onze fysieke conditie. De onderzoekers van Harvard noemen dat ‘social fitness’.
♡ Het is nooit te laat om nieuwe verbindingen aan te gaan.
Is er iemand die jij midden in de nacht kunt bellen? Dan ben je een rijk mens! Je hebt dan iets wat belangrijker is dan alles waar we ons dagelijks druk om maken. Misschien is dat wel de belangrijkste les van bijna 90 jaar onderzoek, dat het goede leven zit in de mensen om ons heen.
Bron: Waldinger, R. & Schulz, M. (2023). The good life. And how to live it. Lessons from the World’s Longest Study on Happiness. Penguin Random House UK

Plaats een reactie