Lang zullen we leven

#13 Ode aan de arts: “Ik wil dat al mijn patiënten zich gezien voelen”

De zorg is een zorg. En ook al behoort ons zorgstelsel tot de beste van de wereld, bezuinigingen, tijdrovende administratieve werkzaamheden, werkdruk, vergrijzing van de maatschappij en de toenemende verbale agressie van patiënten bemoeilijken het werk van een arts aanzienlijk. Toen mijn neefje negen jaar geleden dringend medische hulp nodig had, zag ik van dichtbij hoe belangrijk en waardevol artsen en chirurgen zijn. Daarom is dit een ode aan alle artsen! En in het bijzonder aan Marieke, want zij stelde zich beschikbaar als vraagbaak voor dit verhaal.
Marieke Versteegen (45) is SEH-arts. Ze werkt op de spoedeisende hulp en ziet patiënten die acuut zorg nodig hebben, vaak op de meest kwetsbare momenten in hun leven. “Het menselijke erin houden vind ik heel belangrijk.”

De spoedeisende hulp (SEH) vormt een bijzondere schakel in de keten van ons zorgsysteem. Hier komt alles samen: van een verzwikte enkel tot een reanimatie of een ernstig ongeluk, van een persoon met een acute longontsteking tot iemand met een herseninfarct. Als SEH-arts ben je een duizendpoot, maar geen specialist in één bepaald vakgebied. “We moeten dus van alles iets afweten,” vertelt Marieke. “We maken echo’s, hechten wonden, reanimeren, starten infusen, behandelen botbreuken, zetten ruggenprikken, geven bloedtransfusies en voeren slechtnieuwsgesprekken.” Dit alles gebeurt op de afdeling waar geen minuut hetzelfde is en waar artsen voortdurend moeten schakelen tussen kleine letsels en levensbedreigende situaties.

Van alle markten thuis
Het werk op de SEH vraagt een unieke combinatie van kennis, snelheid en overzicht. Vers van de opleiding startte Marieke in 2010 op de spoedeisende hulp in Venlo. De rol van SEH-arts werd destijds nog niet officieel als specialisme erkend, terwijl internisten, cardiologen en chirurgen dat zonder twijfel wél zijn. “Dat steekt wel een beetje”, aldus Marieke, “want wij moeten juist van alle markten thuis zijn.” En dan: “We handelen snel, schatten acute situaties in en coördineren de zorg met verpleegkundigen en specialisten.” Het werk is onregelmatig en veeleisend en in een absurd korte tijd moet je er zijn voor iemand, medisch én menselijk.
Naast de intensiteit van het werk zelf, worstelt de SEH ook met structurele uitdagingen. Personeelstekorten versterken de bestaande werkdruk. Daarnaast betekent de toenemende vergrijzing van de maatschappij dat er steeds meer kwetsbare ouderen zorg nodig hebben. De afgelopen jaren verdwenen door bezuinigingen veel verzorgingstehuizen, waardoor ouderen vaker onnodig op de spoedeisende hulp belanden. “’Het gaat thuis niet meer’, horen we vaak,” zegt Marieke. “Het zijn dan opnames waarvoor geen medische indicatie is, maar omdat we geen vervolgbed hebben komen deze mensen in het ziekenhuis terecht.”
Het virussenseizoen dat voor de deur staat en de drukte van de acute gevallen maken het nog ingewikkelder, volgens Marieke. “We moeten constant prioriteiten stellen en dan voelt het soms alsof je gigantisch achter de feiten aanhobbelt.” Ondanks deze uitdagingen blijft ze gedreven; ze beseft dat zij en haar collega’s een cruciale rol spelen in een systeem dat in Nederland gelukkig nog steeds hoogwaardig en toegankelijk is. Dat geeft energie en voldoening.

Alarmbellen
Wie dagelijks aan het bed van anderen staat, weet hoe kwetsbaar een mensenleven kan zijn. Maar soms slaat het leven zelf onverwachts toe. Marieke bevindt zich opeens in die bijzondere situatie waarin ze niet langer de arts is, maar zelf de patiënt. We schrijven 2015 en na een avondje stappen voelt ze een bultje in haar borst. “Het was een irritant gevoel. Het prikkelde en het trok. Ik liet mijn partner ook voelen. Toen hij hetzelfde voelde, wist ik eigenlijk meteen dat er iets niet klopte.”
En dan: “Op een donderdag, voor mijn avonddienst startte, had ik een afspraak op de poli. Mijn collega voelde aan het knobbeltje. Het deed geen pijn en dat deed eigenlijk alle alarmbellen afgaan. Juist als het wél pijn doet, is het vaak een goed teken. Dat betekent dat het meestal niet kwaadaardig is,” legt Marieke uit. “De radioloog voelde nog een keer en bleef maar kijken naar de echo. Ze keek ook in mijn oksel. Toen had ik het eigenlijk al in de gaten. Ik zag het gewoon aan haar gezicht.” Er werd een biopt genomen, Marieke nam een paracetamol en ging de avonddienst in. “Achteraf belachelijk,” lacht ze, “maar het kwam niet eens in me op om niet te gaan werken. De dag erna had ik ook dienst, maar toen heb ik me afgemeld. Ineens realiseerde ik me dat het gewoon echt niet goed was.”

Chemo op verjaardag
Mariekes ongeruste gevoel bleek terecht: een agressieve vorm van borstkanker woekerde in haar lijf. De tegenstelling had niet groter kunnen zijn: van arts aan het roer werd ze opeens patiënt, afhankelijk van het systeem waarin ze normaal werkt. Een bezoek aan de oncoloog volgde en de medische molen ging van start. “Toen is het hele circus begonnen: chemo, borstamputatie mét reconstructie. En daarna nog immuuntherapie. Op 7 augustus, mijn verjaardag, had ik mijn eerste chemo. Ik werd 35 en kreeg allemaal Appjes met felicitaties. Nog lang niet iedereen wist wat er speelde. En ik dacht: ‘je moest eens weten’.”
Anderhalf jaar lang draaide alles in het leven van Marieke en haar jonge gezin om borstkanker. Haar kinderen waren nog maar drie en vier, en terwijl behandelingen en operaties elkaar opvolgden, ging het dagelijkse leven gewoon door. “Er waren kinderfeestjes, boodschappen moesten gedaan worden, goede doelen stonden aan de deur. Alles gaat gewoon door. Dat is zo raar.”
Een deel van de regie hield Marieke door haar eigen behandelteam samen te stellen, bestaande uit collega’s. Dat vonden sommige mensen vreemd, maar voor haar was het niet meer dan vanzelfsprekend. “Ik vond het een heel prettig idee dat ik geholpen werd door mensen die ik ken, die ik vertrouw, die ik aan het werk heb gezien en in wie ik geloof. Op de IC ervoer ze hoe groots kleine gebaren kunnen zijn. Collega’s van wie ze het totaal niet verwachtte, kwamen langs om te vragen hoe het met haar ging. “Dat vond ik geweldig, echt ontroerend.” Toch waren er ook momenten dat ze zich volledig machteloos voelde. Na een eerste operatie -een reconstructie waarbij huid van haar buikwand werd gebruikt- kon ze nauwelijks rechtop lopen, had ze drains uit haar buik hangen en was ze niet in staat om zelfstandig naar het toilet te gaan. “Ik heb daar toen een hele avond alleen op mijn kamer gelegen. Geen verpleegster die kwam vragen hoe het ging. Niemand kwam iets vragen. Helemaal niemand. Dan voel je je zó klein en alleen. Dat gevoel neem ik nu mee in mijn werk. Ik wil dat al mijn patiënten zich gezien voelen.”

Klagen over onbenullige dingen
Inmiddels is Marieke al weer tien jaar ‘schoon’, al blijft het spannend om dat hardop te zeggen. Terugkeren naar haar werk ging snel, misschien wel iets té snel, en dat merkte ze. “Een tijdlang had ik veel moeite met patiënten die klaagden over onbenullige dingen. Me daarin verplaatsen lukte me echt even niet meer, terwijl ik dat juist altijd zo belangrijk vond.” Ze vervolgt: “Het Nederlandse zorgstelsel is hartstikke goed geregeld, ook met verzekeringen en zo. Als mensen dan klagen dat ze twee uur zitten te wachten, kan ik daar echt helemaal niks mee. Ik denk dan altijd dat ze blij mogen zijn dat ze niet in Engeland of Australië wonen. Daar kunnen ze er een dag voor uittrekken als ze op de spoedeisende hulp terechtkomen.”
Haar eigen ervaring met ziek-zijn maakt haar blik op oncologiepatiënten intenser. Ze begrijpt hun angst en onzekerheid beter, maar kiest er bewust voor haar eigen verhaal niet te delen. “Een keer heb ik dat wel gedaan, bij een vrouw die borstkanker had en tijdens haar verblijf op de SEH enorm aan het snauwen was tegen mijn collega’s. Zij vond zichzelf ontzettend zielig en was ervan overtuigd dat niemand wist hoe zij zich voelde. Toen ben ik zelf naar haar toe gegaan. Ik zei: ‘Ik kan oprecht zeggen dat ik weet hoe u zich voelt.’ Ze schrok zichtbaar, omdat ik zo jong was. Maar het hielp. Haar houding veranderde en ze heeft zelfs haar excuses aangeboden.”
Door haar eigen momenten van eenzaamheid in het ziekenhuis weet Marieke hoe belangrijk het is om het menselijke erin te houden. Dat is sindsdien haar kompas gebleven. Want dáár, in dat menselijke contact, kan een arts het verschil maken -tussen angst en hoop, tussen onzekerheid en vertrouwen.

Mariekes verhaal laat zien hoe bijzonder het is dat we in Nederland kunnen rekenen op goede medische hulp, en vooral op de mensen die daar elke dag hun uiterste best voor doen. Natuurlijk mopperen we allemaal weleens over de zorg, maar een verhaal als dit laat zien hoeveel toewijding er achter schuilt. Die 159 euro per maand is dan ook meer dan een premie: het is een gezamenlijke investering in gezondheid, vertrouwen en solidariteit.

Plaats een reactie